×

Zorgbeleid

 

1. Inleiding  

Het zorgbeleid van de academie heeft als doel het welbevinden, de betrokkenheid en de artistieke ontwikkeling van elke leerling te maximaliseren.  
In het deeltijds kunstonderwijs staat de artistieke ontplooiing van de lerende centraal. De academie wil een inclusieve leeromgeving creëren waarin elke leerling zich veilig voelt, kansen krijgt om talenten te ontwikkelen, ondersteund wordt bij moeilijkheden en uitgedaagd wordt bij sterke capaciteiten.  

2. Visie op zorg  

Wij vertrekken vanuit volgende uitgangspunten: elke leerling is uniek, iedereen is welkom, welbevinden is een voorwaarde om te kunnen leren en verschillen zijn normaal.  
Ons zorgbeleid is gebaseerd op volgende waarden: inclusie, respect, veiligheid, vertrouwen, samenwerking en talentontwikkeling.  

3. Doelgroep en doelstelling van het zorgbeleid 
 
Wij bieden zorg aan voor elke leerling. Zowel voor leerlingen die nood hebben aan extra ondersteuning, als voor leerlingen die nood hebben extra uitdaging.  

De academie wil het welbevinden van leerlingen verhogen, leerproblemen tijdig detecteren, leerlingen begeleiden op maat, talenten stimuleren, schooluitval voorkomen en inclusie bevorderen.  

4. Zorgcontinuüm  

Fase 0: Brede basiszorg – kwaliteitsvolle lessen, duidelijke structuur, veilige leeromgeving en differentiatie.  
Fase 1: Verhoogde zorg – extra begeleiding en gerichte ondersteuning.  
Fase 2: Individueel aangepast traject – extra begeleiding en aangepast curriculum.  
  
We onderscheiden binnen het zorgcontinuüm 3 fasen. Leerlingen binnen fase 0 en 1 streven het gemeenschappelijk curriculum na.   
  
Fase 0 – brede basiszorg.   
  
Deze fase is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van iedere leraar. In deze fase stimuleert de leraar:  

  • de ontwikkeling van alle leerlingen  
  • tracht hij problemen te voorkomen door een krachtige leeromgeving aan te bieden   
  • de leerlingen systematisch op te volgen    
  • actief te werken aan het verminderen van risicofactoren   
  • versterken van beschermende factoren   

De leraar focust in deze fase op de klasgroep en heeft daarbij aandacht voor verschillen tussen leerlingen.   
  
Fase 1 – verhoogde zorg.   
  
Deze fase is voor leerlingen die onvoldoende baat hebben bij een klasbrede aanpak. De focus ligt op de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen. Er worden voor hen – in overleg met de leerling en/of de ouders/thuisomgeving - pedagogisch-didactische en/of schoolorganisatorische aanpassingen geformuleerd. Indien ze over de nodige toelatingsvoorwaarden beschikken, kunnen ze ook een aangepast traject volgen, nl. het gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster. De bedoeling van het aanreiken van verhoogde zorg is dat leerlingen op die manier alsnog het gemeenschappelijk curriculum kunnen bereiken.   
  
Fase 2 – het IAC.   
  
Voor deze leerlingen realiseren we – mits zij beschikken over de nodige toelatingsvoorwaarden – een curriculum op maat. We werken voor deze leerlingen een handelingsplan uit tijdens een overleg met de directeur, zorgcoördinator, de leerling, ouders en/of andere relevante partners. We werken daarbij doelgericht en streven naar een transparante werkwijze. We doorlopen het zorgcontinuüm stapsgewijs. Zorgnoden worden door de betrokkene leraars gedetecteerd of door leerling/ouders gemeld. Nadien worden de zorgnoden gedetailleerder in kaart gebracht door de zorgcoördinator.  
 

5. Signalering en opvolging van zorg  
  

  1. Zorgnoden kunnen gesignaleerd worden door leerkrachten, ouders, leerlingen of externe partners aan zorgcoördinator.  

  1. Zorgcoördinator plant samen met de leerkracht een klasbezoek in.  

  1. Zorgcoördinator overlegt samen met leerkracht wat de volgende stappen zijn  

  1. Zorgcoördinator plant een gesprek samen met ouders en leerkracht en zoeken samen naar een oplossing.   

  1. Aanpassingen worden doorgevoerd.   

  1. Ouders, leerkracht en zorgcoördinator houden elkaar verder op de hoogte.  

  1. Zorgcoördinator plant een opvolggesprek in met de leerkracht en ouders.   

  1. Indien de zorgnoden blijven bestaan wordt er opnieuw gekeken naar een andere oplossing.   
      

We gaan steeds na of een fase kwaliteitsvol doorlopen is alvorens we naar een volgende fase overgaan. We willen leerlingen zoveel mogelijk kansen bieden en proberen daarom met zoveel mogelijk leerlingen het gemeenschappelijk curriculum te bereiken. We reiken bij voorkeur enkel aangepaste trajecten (gemeenschappelijk curriculum met aangepast lessenrooster of een IAC) aan indien dit voor een leerling echt noodzakelijk is.  

6. Schoolbrede aanpak  

Leerkrachten observeren en begeleiden leerlingen.  
De zorgcoördinator ondersteunt en coördineert zorg.  
De directie en beleidsondersteuners ontwikkelen beleid en bewaken de kwaliteit.  
Leerlingen en ouders zijn partners in het leerproces.  

7. Evaluatie van het zorgbeleid  

Het zorgbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd via teamvergaderingen, leerlingbesprekingen en feedback van ouders.  

8. Professionalisering van personeel  

Leerkrachten krijgen kansen om zich te professionaliseren door met elkaar in gesprek te gaan en door deel te nemen aan individuele en teamgerichte nascholingen. Hierdoor zijn ze samen op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe didactiek en methodologietraining in herstelgerichte aanpak.   

Ze krijgen ondersteuning bij moeilijke situaties en kunnen tijdens zorgbabbels een overleg plannen met de zorgcoördinator.   

Startende leerkrachten krijgen steeds introductie in het beleid bij indiensttreding tijdens de startvergadering.   

9. Documentatie en registratie  

De academie houdt leerlingendossiers, zorgplannen, verslagen en evaluaties bij.  
  
10. Welbevinden en veilig leerklimaat  

Kunstacademie Halle streeft naar respectvolle omgang, positieve sfeer, duidelijke regels en open communicatie. Onze academie staat voor een warme, verbindende academiecultuur. Leerkrachten creëren actief een veilig groepsklimaat in elke les met aandacht voor sociale vaardigheden.  
  

11. Anti-pestbeleid  
  

Wat is pesten?   

Plagen, pesten of ruzie?  

Ook in een fijne (klas)groep kan het wel eens fout lopen. Kinderen en jongeren maken soms ruzie. Of er wordt geplaagd en het loopt wat uit de hand. Ook bij volwassenen kan er wel eens een discussie ontstaan. Maar pesten is toch nog iets anders en heeft grotere gevolgen. Daarom is het belangrijk dat leerkrachten, zorgpersoneel, leerlingen en ouders het onderscheid kunnen maken tussen plagen, ruzie en pesten.  

Ruzie maken of een conflict hebben, kan iets éénmalig zijn. Bij een ruzie is het doel niet om één bepaalde persoon steeds opnieuw te kwetsen. Iedereen kan in een ruzie terechtkomen, bijvoorbeeld omdat iemand een andere mening heeft dan jij , omwille van een onbeleefde uitspraak of ruw spel. Het draait niet altijd om een ongelijke machtsverhouding. Als er letterlijk of figuurlijk tikken worden uitgedeeld, dan neemt dat de vorm aan van TIK-TAK-TIK-TAK. Er wordt wederzijds uitgedeeld en geïncasseerd.  

Plagen heeft een onschuldig karakter. Beide partij en staan op gelijke voet. Net omdat je elkaar goed kent, durf je plagen. ‘Plagen is om liefde vragen’, hoor je wel eens. Dat komt omdat plagerij en grotendeels grappig bedoeld zijn. Ze illustreren hoe goed je elkaar kent. Plagerij en horen bij het zoeken naar een positieve relatie. Loopt het toch eens uit de hand, dan wordt het plagen snel stopgezet. Iemand die je graag hebt, doe je immers geen pijn. Je wil al plagend zeker geen vriend(in) verliezen. Je zou het kunnen zien als TIK-HIHI-TAK-HAHA-TIK-HIHI.  

Bij pesten is het helaas zo dat steeds dezelfde persoon de tikken moet incasseren:  
TIK-TIK-TIK-TIK. De persoon die gepest wordt, krijgt te maken met een eindeloze reeks kwetsende handelingen: beledigingen, bedreigingen, uitlachen, uitsluiting, … Deze persoon voelt grote onmacht, omdat alles plaatsvindt binnen een machtsonevenwicht. De persoon die pest staat wat sterker in de (klas)groep en maakt zichzelf door te pesten nog wat groter. Daardoor duikt er amper iemand op die bescherming of troost wil bieden.  
  
Het onderscheid is niet altijd even makkelijk te maken.  

Soms gebruikt de persoon die pest dat als excuus: ‘Het was maar om te plagen’ of ‘Het was maar een ruzie’.  

Maar de gepeste voelt het verschil wel: ‘Het gebeurt te vaak en ik heb al laten merken dat ik het niet leuk vind’.  
  
  

 3 voorwaarden om een situatie te benoemen als (online) pesten  

  1. Het gedrag doet zich meermaals voor  

  1. Het gedrag is kwetsend en veroorzaakt leed/ angst bij de ander  

  1. Er is een machtsonevenwicht  
      

Is online pesten iets helemaal anders?  

Online pesten is ook een vorm van pesten. Ook bij online pesten zijn de drie voorwaarden aanwezig: dezelfde persoon wordt herhaaldelijk gekwetst en is moeilijk te verdedigen, omdat er een machtsonevenwicht is.  

Het pesten gebeurt dan via online media. Denk bv. aan kwetsende berichten, het misbruiken van iemands mailbox, ongewenste foto’s op sociale media, maar ook het uitsluiten van iemand in een WhatsApp-groep...  

Niet elke vorm van gemeen online gedrag is online pesten. De 3 voorwaarden kunnen je helpen om te beoordelen of het om pestgedrag gaat. Ook gaan pesten en online pesten meestal hand in hand: de persoon die pest en de persoon die gepest wordt komen elkaar in het echt en online tegen. Online en offline lopen in elkaar over.  

Wat zijn de gevolgen van pesten? 

Voor wie gepest wordt  

Gepest worden, kan iemand helemaal onderuithalen.  

Zo voelt diegene die gepest wordt zich vaak slecht, eenzaam en machteloos. Naast mentale problemen kunnen er ook lichamelijke problemen optreden, zoals slapeloosheid, ademhalingsproblemen, hoofd- of buikpijn. Veel kinderen en jongeren die gepest worden, leggen de schuld na een tijdje bij zichzelf. Hun zelfvertrouwen slinkt.  

Ze twijfelen aan zichzelf. Dat kan ook in hun volwassen leven nog heel veel invloed hebben. Bij extreme pestincidenten kan pestgedrag een oorzaak zijn van depressie. Volwassenen gaan zich afzonderen van de groep of zelf de lessen stopzetten. En als iemand echt geen uitweg meer ziet, kan het zelfs leiden tot zelfdoding.  
  
 Voor wie pest  

De persoon die pest leert op een negatieve manier vriendschap te krijgen. Zij merken vroeg of laat in hun leven dat die aanpak niet de juiste is. Soms hebben ze het heel moeilijk om te leren hoe je het dan wel op een positieve manier kan aanpakken. Op termijn worstelen ze bovendien met gevoelens van schuld en schaamte.  

Voor de omgeving  

Pesten verziekt de groepssfeer. Spontaniteit en plezier verdwijnen of verminderen. Velen voelen zich niet veilig in de (klas)groep. Om zelf niet gepest te worden, gaan sommigen meepesten. Het kan ook dat er door de pestsituatie vrienden tegenover elkaar komen te staan. En ook eerlijkheid en humor verdwijnen, daar waar de wet van de sterkste geldt.  
  
Context van onze academie 

Onze academie is een deeltijdse onderwijsomgeving. Leerlingen ontmoeten elkaar gemiddeld één tot twee keer per week in lessen, ateliers of groepsmomenten. Er is geen speeltijd of toezichtmoment zoals in het voltijds onderwijs. Dit betekent:  

  • elke lesgroep draagt actief zorg voor een positieve groepssfeer  
  • elke leerkracht heeft een belangrijke signalerende rol  
  • korte contactmomenten vragen om snelle opvolging bij signalen  

Schoolbrede aanpak 

Pesten voorkomen en aanpakken is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van:  

  • directie  
  • leerkrachten en ondersteunend personeel  
  • leerlingen  
  • ouders  

  

Professionalisering van het team 

Leerkrachten krijgen kansen om zich te professionaliseren door met elkaar in gesprek te gaan en door deel te nemen aan individuele en teamgerichte nascholingen. Hierdoor zijn ze samen op de hoogte van de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe didactiek en methodologietraining in herstelgerichte aanpak.   

Ze ondersteuning bij moeilijke situaties en kunnen tijdens maandelijkse zorgbabbels een overleg plannen met de zorgcoördinator.   

Startende leerkrachten krijgen steeds introductie in het beleid bij indiensttreding tijdens de startvergadering.   

  

 

Preventief 
  
Kunstacademie Halle staat voor een warme, verbindende academiecultuur. Leerkrachten creëren actief een veilig groepsklimaat in elke les met aandacht voor sociale vaardigheden.  

Het groepsklimaat is de sfeer waarin leerlingen en hun leerkrachten samen leven, leren en functioneren binnen de klas of de academie. Vaste regels en afspraken zorgen voor structuur en duidelijke verwachtingen over ieders gedrag binnen de klasgroep. Leden van een klasgroep die goed draait, gaan respectvoller met elkaar om, nemen elkaar in bescherming en bieden weerstand tegen pestgedrag. In groepen met een goede sfeer wordt ook meer geleerd. De klasregels worden aan het begin van het academiejaar met de groep gemaakt en gedeeld. Het academiereglement kan men raadplegen op onze website.  
  
Tweejaarlijks stuurt de academie een vragenlijst uit naar alle leerlingen om het welbevinden van onze leerlingen af te toetsen.   
  
Open communicatie tussen alle partijen (academie, ouders en leerlingen) is voor onze academie erg belangrijk. Elke melding is vertrouwelijk en wordt met discretie aangepakt.   
  
Leerlingen kunnen steeds terecht bij hun leerkrachten, ondersteunend personeel, zorgcoördinator of directie.   
  
Ouders kunnen ook bij deze mensen terecht. Zowel fysiek, telefonisch of via mail. Via onze website hebben we ook een online meldpunt waar leerlingen en ouders ongewenst gedrag kunnen melden.   
  
Oplossings- en herstelgerichte aanpak  

We kiezen expliciet voor een oplossings- en herstelgerichte aanpak:  
we stoppen het gedrag, herstellen relaties waar mogelijk en versterken de groepsdynamiek.   
  
Stappenplan:  
  

  1. Gedrag wordt opgemerkt of gemeld.  

  1. Zorgcoördinator wordt op de hoogte gebracht door leerling, ouders, leerkracht, ondersteunend personeel of directie.   

  1. Zorgcoördinator neemt contact op met leerling (slachtoffer) en/of ouders.  

  1. Zij zoeken samen naar een gepaste aanpak en oplossing.    

  1. Dader/Pester wordt pas ingelicht in samenspraak met het slachtoffer.  

  1. Indien nodig kan het CLB ingelicht worden voor verdere opvolging.   

Opvolging  
  
Elk incident wordt geregistreerd door de zorgcoördinator. Elk incident wordt ook opgevolgd door directie, zorgcoördinator en betrokken leerkrachten.  

  

Bij wie kan je terecht?  
  
Directie:   
stijn.hanssens@halle.be  
  
Secretariaat:   
kunstacademie@halle.be  
  
Zorgcoördinator:   
sarah.debie@halle.be  
  
  
Externe hulp buiten de academie  


Waardevolle hulplijnen waar ouders en leerling ook bij terecht kunnen zijn:   
  

CAW  

Kanaalbrugstraat 5D1500 Halle  

0800 13 500  

onthaal@cawhallevilvoorde.be  

www.caw.be  

 

JAC  

Leide 31500 Halle  

02 613 17 02  

jac@cawhallevilvoorde.be  

www.caw.be/jac  

OverKOP  

Joseph Possozplein 30, 1500 Halle  
0489/01.17.72  

halle@overkophallevilvoorde.be  
www.overkop.be  

Vlaams Netwerk Kies Kleur Tegen Pesten  
www.kieskleurtegenpesten.be  

Çavaria  
www.cavaria.be  

Mediawijs  
www.mediawijs.be  

Sensoa  
www.sensoa.be  

Partners m.b.t. radicalisering:  
www.hannah-arendt.institute  
www.vlaanderen.be/radicalisering-en-polarisatie/nexus-consortium-caw-limburg